Fadima
De Iraanse Fadima is in 1990 vanuit Iran als vluchteling naar Nederland
gekomen. Door een medewerkster van het Algemeen Maatschappelijk Werk werd
ze aangemeld bij het OBV.
Fadima bleek zeer geïsoleerd te leven, kwam niet op straat en ze hield de hele dag de gordijnen gesloten uit angst voor de buitenwereld.

Ze bleek zowel psychische als lichamelijke problemen
te hebben, voortkomend uit wat ze in haar geboorteland had meegemaakt.
Ze sprak zeer weinig Nederlands, haar kinderen moesten voor haar tolken.
Ze wilde wel graag Nederlands leren en kreeg dan ook een jaar thuisles.
Na dat jaar was het zelfvertrouwen van Fadima zo gegroeid dat ze zich
niet meer achter gesloten gordijnen verstopte en de deur uit durfde.
Ze meldde zich zelfs aan bij het ROC voor een cursus Nederlands, maar moest helaas met de cursus
stoppen omdat haar lichamelijke gesteldheid achteruit ging. Ze moest te
vaak verzuimen. Ze kon het niet opbrengen om 4 keer per week naar school te gaan.
Het Coachingstaject van het OBV dat vlak bij haar in de buurt werd gegeven en
twee keer per week was, bleek een goed alternatief. Hoewel ze ook hier vaak
niet aanwezig kon zijn, maakte ze de lesperiode wel af. Dit is inmiddels
een jaar geleden.
Na een half jaar is een medewerkster van het OBV in het kader van het
volgen van oud-lesneemsters, bij haar op bezoek geweest. Zij constateerde
dat Fadima zeer redzaam is geworden door de thuisles en het coachingstraject.
Ze komt alleen op straat, heeft haar kinderen niet meer nodig om te tolken
en voelt zich ook psychisch een stuk beter.
Fatouma
Een voorbeeld van een vrouw die na veel investering toch is doorgestroomd
naar het ROC is Fatouma, een jonge Somalische vrouw. Zij kreeg aanvankelijk
thuisles omdat ze 2 kinderen onder de 4 jaar had en een derde onderweg.
Na een jaar thuisles, wilde Fatouma graag verder met Nederlands.
Door haar inmiddels 3 kleine kinderen, was het moeilijk om een intensieve
taalcursus te volgen. Ze durfde haar kinderen niet uit handen te geven
aan de kinderopvang. Ze kon terecht in een OBV-coachingstraject, waar de kinderen
in dezelfde ruimte verblijven als de moeder.

Helaas moest ze door
ziekte van de kinderen en andere problemen regelmatig verzuimen met als
resultaat dat ze aan het eind van het jaar nog lang niet redzaam was.
Ze wilde wel ontzettend graag verder met het Nederlands. Daarom werd besloten
dat ze nog een jaar in een coachingstraject geplaatst kon worden. Door dat extra jaar
kreeg ze meer zelfvertrouwen en durfde zelfs de kinderen af en toe aan
een buurvrouw toe te vertrouwen. Aan het eind van het 2e jaar OBV-coachingstraject was Fatouma dan ook in staat
door te stromen naar een cursus op het ROC. Uit het bezoek dat in het
kader van het volgen na een half jaar bij haar is afgelegd, weten we dat
ze de cursus nog steeds volgt. Ze vindt het wel moeilijk, maar is erg
blij dat ze heeft doorgezet.